Blog

Opinie Cevdet Örnek: Nederland heeft een samenlevingscrisis

Gepubliceerd op september 4, 2026

© Femke van den Heuvel Fotografie

Nederland heeft geen zorgcrisis, maar een samenlevingscrisis. En het sociaal werk heeft een belangrijke rol in de aanpak hiervan, bepleit Cevdet Örnek, waarnemend directeur-bestuurder van Sociaal Werk Nederland, in onderstaand opinieartikel. Vanuit drie opdrachten die essentieel zijn voor de toekomst van Nederland: het versterken van mensen, het versterken van gemeenschappen en het versterken van de samenleving.

Onlangs las ik op LinkedIn een bericht dat mij raakte. Een tuinman verraste mensen door gratis hun tuin op te knappen. Het ging om mensen die door ziekte, ouderdom of andere omstandigheden niet meer in staat waren hun tuin zelf te onderhouden. Puur vanuit medemenselijkheid. Een prachtig initiatief. Er waren video’s te zien van de situatie vóór en na zijn inzet. De reacties stroomden binnen. Terecht. Want in een tijd waarin veel aandacht uitgaat naar wat er misgaat, is het mooi om mensen te zien die belangeloos iets goeds doen voor een ander. Tussen alle complimenten viel één reactie mij echter op. Iemand schreef: “Dat is sociaal werk.”

Nee.

Betrokken burgerschap versus sociaal werk
Met alle respect voor de tuinman en zijn bewonderenswaardige inzet: dat is geen sociaal werk. Dat is betrokken burgerschap. Dat is solidariteit. Dat is naastenliefde. Dat is precies het soort initiatief waar iedere samenleving socialer, zachter en rechtvaardiger van wordt. Maar het is geen sociaal werk. Misschien is de belangrijkste vraag dan ook niet waarom iemand deze opmerking maakt. Misschien moeten wij ons als beroepsgroep afvragen waarom zoveel mensen het verschil niet voldoende kennen tussen sociaal gedrag en sociaal werk als professie. Hebben wij wel voldoende duidelijk gemaakt wat sociaal werk werkelijk is? Juist dat misverstand is problematisch. Want zolang we sociaal werk blijven zien als iets aardigs voor erbij, missen we de cruciale rol die het speelt in de oplossing van misschien wel het grootste vraagstuk van deze tijd: een samenlevingscrisis. Hierover gaat mijn pleidooi.

Nederland maakt zich terecht zorgen over een aantal thema’s dat steeds prominenter aanwezig is in het publiek debat. Zoals klimaat, weerbaarheid, arbeidsmarkt, betaalbaarheid, polarisatie en ook over de toekomst van de zorg. De wachtlijsten groeien, personeelstekorten lopen op en de kosten blijven stijgen. In reactie daarop klinkt overal dezelfde ambitie: we moeten de beweging maken van zorg naar gezondheid. Dat klinkt logisch. Maar als we eerlijk zijn, blijven we die beweging vooral met woorden maken. Toch wordt het probleem nog altijd voornamelijk beschreven als een zorgcrisis. Ik denk dat we vooral te maken hebben met een samenlevingscrisis. De vraag is niet hoe we de zorg overeind houden. De vraag is hoe we een samenleving bouwen waarin minder mensen zorg nodig hebben waardoor ruimte blijft bestaan voor de zorgvragen die in het medisch domein opgelost moeten worden.

“Zolang we sociaal werk blijven zien als iets aardigs voor erbij, missen we de cruciale rol die het speelt in de oplossing van misschien wel het grootste vraagstuk van deze tijd: een samenlevingscrisis”

Wat bedoel ik met een samenlevingscrisis?
Niet dat onze samenleving op instorten staat, maar wel dat steeds meer fundamenten onder druk staan die mensen gezond, weerbaar en verbonden houden. Want steeds meer mensen worden overvraagd. Niet omdat ze zwakker zijn geworden, maar omdat het leven complexer is geworden. De overheid verwacht zelfredzaamheid, terwijl regels ingewikkelder worden. De arbeidsmarkt vraagt flexibiliteit, terwijl bestaanszekerheid afneemt. We vragen mensen om regie te nemen, terwijl veel van hen nauwelijks invloed hebben op de omstandigheden waarin ze leven. Steeds meer mensen ervaren bestaansonzekerheid. Jongeren kampen met prestatiedruk en mentale problemen. Eenzaamheid neemt toe onder jong en oud. Het vertrouwen in instituties staat onder druk. Polarisatie groeit, verruwing wordt steeds heftiger. We hebben een samenleving gebouwd die veel individuele vrijheid biedt, maar waarin ook verbondenheid niet langer vanzelfsprekend is.

Oplopende zorgvragen symptoom van samenlevingsproblemen
Steeds vaker worden problemen die in de samenleving ontstaan uiteindelijk zichtbaar in het zorgstelsel. Daar melden zich de gevolgen van wat eerder begon als een sociaal, economisch of maatschappelijk vraagstuk. Daarom zie ik de oplopende zorgvraag niet als de oorzaak van het probleem, maar als een symptoom ervan. De groei van de zorg vertelt ons iets over de staat van onze samenleving. Wanneer steeds meer mensen vastlopen, is het te eenvoudig om alleen naar de zorg te kijken. Dat is ook niet fair voor alle zorgprofessionals. Maar vrijwel niemand durft vervolgens de fundamentele vraag te stellen: waarom hebben steeds meer mensen überhaupt zorg nodig? Zolang we die vraag niet beantwoorden, blijven we dweilen met de kraan open. Want veel van wat uiteindelijk als zorgvraag eindigt, begint helemaal niet als zorgvraag. Dan moeten we ook kijken naar de kwaliteit van onze buurten, de bestaanszekerheid van gezinnen, de kansen van jongeren, de toegankelijkheid van publieke voorzieningen en de mate waarin mensen zich onderdeel voelen van een gemeenschap. Het begint bij schulden. Bij eenzaamheid. Bij bestaansonzekerheid. Bij jongeren die zonder perspectief opgroeien. Bij mensen die verdwalen in systemen die bedoeld zijn om hen te helpen. Het begint bij een samenleving waarin steeds meer mensen het gevoel hebben er alleen voor te staan. En toch blijven we doen alsof de oplossing binnen het zorgstelsel ligt. Dat is alsof je steeds meer brandweerauto’s koopt zonder te kijken waarom er zoveel brand uitbreekt.

“De groei van de zorg vertelt ons iets over de staat van onze samenleving”

De ongemakkelijke waarheid is dat gezondheid veel minder wordt bepaald door wat er in een spreekkamer van de huisarts of specialist gebeurt dan door wat erbuiten gebeurt. Gezondheid ontstaat in buurten waar mensen elkaar kennen. In gezinnen die bestaanszekerheid ervaren. Op scholen waar kinderen kansen krijgen. Op werkplekken waar mensen ertoe doen. In gemeenschappen waarin mensen zich gezien voelen. Daarom geloof ik dat de beweging van zorg naar gezondheid alleen zal slagen wanneer we eindelijk serieus gaan investeren in de sociale basis van onze samenleving. Dáár wordt uiteindelijk bepaald hoeveel zorg een samenleving nodig heeft.

En daarmee kom ik bij het sociaal werk
Want over sociaal werk houden we hardnekkige misverstanden in stand. Als mensen het al kennen, wordt ons vak te vaak gezien als iets liefs. Iets aardigs. Een beetje helpen hier, een beetje verbinden daar. Alsof sociaal werk vooral gaat over goede bedoelingen, zoals de goed bedoelde reactie op LinkedIn. Niets is minder waar. Sociaal werk is geen liefdadigheid. Het is geen hobby. Sociaal werk is geen restcategorie voor problemen die elders niet opgelost worden. Het is geen filter voor de zorg. Sociaal werk is een professie die zich begeeft op het snijvlak van gezondheid, bestaanszekerheid, participatie en sociale rechtvaardigheid. Het is bovenal een mensenrechtenberoep. Een beroep dat dagelijks werkt aan drie opdrachten die essentieel zijn voor de toekomst van Nederland: het versterken van mensen, het versterken van gemeenschappen en het versterken van de samenleving.

Dat eerste lijkt vanzelfsprekend: mensen versterken
Toch organiseren we ons beleid vaak alsof mensen vooral een probleem zijn dat opgelost moet worden. Een dossier dat afgehandeld moet worden. Een risico dat beheerst moet worden. Sociaal werk kijkt anders. Sociaal werk begint niet met de vraag wat er mis is met iemand. Het begint met de vraag wat iemand nodig heeft om weer grip te krijgen op het leven. Juist in een samenleving waarin niet iedereen dezelfde kansen krijgt, heeft de sociaal werker een belangrijke rol in het versterken van het individu. Door zonder oordeel te luisteren en oog te hebben voor iemands unieke achtergrond en mogelijkheden, ontstaat ruimte voor vertrouwen en ontwikkeling. De sociaal werker neemt daarbij niet over, maar stimuleert eigen regie en helpt mensen hun kwaliteiten en mogelijkheden te benutten. Dat perspectief is urgenter dan ooit.

Dat brengt ons bij de tweede opdracht: het versterken van gemeenschappen
De afgelopen jaren heeft de politiek vaak gesproken over zelfredzaamheid. Alsof de ideale burger iemand is die niemand nodig heeft. Dat beeld klopt niet. Mensen zijn niet zelfredzaam omdat zij alles zelfstandig kunnen. Mensen zijn zelfredzaam omdat zij onderdeel zijn van een netwerk van familie, vrienden, buren en medeburgers. Juist die netwerken staan onder druk. We wonen steeds vaker naast elkaar in plaats van met elkaar. Gemeenschapskracht is geen romantisch ideaal, het is een maatschappelijke noodzaak. Een sterke gemeenschap voorkomt niet alle problemen, maar wel veel problemen. Elke ontmoetingsplek voorkomt isolement. Elke inwoner die zich verbonden voelt met anderen en met zijn omgeving, vergroot de veerkracht van de samenleving als geheel. Sociaal werkers bouwen dagelijks aan die verbindingen. Niet met grote woorden, maar door zichtbaar aanwezig te zijn waar het leven zich afspeelt. En precies omdat zij daar aanwezig zijn, vervullen zij ook hun derde opdracht: het versterken van de samenleving zelf. Dat is misschien wel de meest onderschatte rol van het sociaal werk.

Opdracht drie: het versterken van de samenleving met vakmanschap
Sociaal werkers zien als eersten waar beleid botst met de werkelijkheid. Zij zien de gevolgen van armoede voordat die in statistieken verschijnen. Zij zien uitsluiting voordat die in rapporten wordt beschreven. Zij zien de menselijke gevolgen van politieke keuzes lang voordat die de Haagse beleidskamers bereiken. Daarom moet sociaal werk soms ongemakkelijk zijn. Een samenleving wordt niet sterker wanneer professionals alleen uitvoeren wat bedacht is. Een samenleving wordt sterker wanneer professionals ook durven terug te praten. Wanneer zij signaleren dat regels mensen beschadigen. Wanneer zij aan de bel trekken als groepen buiten de boot vallen. Wanneer zij zichtbaar maken wat een deel van de politiek liever niet wil zien. Dat is geen activisme. Dat is vakmanschap. En eerlijk gezegd hebben we van dat vakmanschap vandaag meer nodig dan ooit. Want de vraag die voor ons ligt is uiteindelijk veel groter dan de toekomst van de zorg en welzijn. De echte vraag is: wat voor samenleving willen wij zijn? Een samenleving die pas in actie komt wanneer mensen zijn vastgelopen? Of een samenleving die investeert in de omstandigheden die mensen in staat stellen om gezond, waardig en verbonden te leven? Een sociale, rechtvaardige en zachte samenleving waarin iedereen een menswaardige plek heeft? Of een samenleving waarin het recht van de sterkste geldt?

“Investeer in mensen. Investeer in gemeenschappen. Investeer in de sociale basis. Want de zorg kan niet blijven compenseren voor alles wat er in de samenleving misgaat”

Mijn antwoord op deze vraag is helder
Een sociale, rechtvaardige, inclusieve en gezonde samenleving. Stop met sociaal werk te behandelen als een kostenpost aan de rand van het systeem. Stop met preventie te prijzen in speeches en vervolgens vooral te investeren in herstel. Stop met doen alsof gezondheid uitsluitend een zorgvraag is. Investeer in mensen. Investeer in gemeenschappen. Investeer in de sociale basis. Want de zorg kan niet blijven compenseren voor alles wat er in de samenleving misgaat. En misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van allemaal: de toekomst van de zorg wordt niet bepaald door wat we met de zorg doen. De toekomst van de zorg wordt bepaald door wat we met de samenleving doen. Daarbij staat niet de vraag centraal wat sociaal werk, preventie of bestaanszekerheid kosten, maar welke maatschappelijke waarde deze investeringen opleveren. We noemen het geld dat naar wegen, bruggen, woningen en dijken gaat “investering” en het geld dat naar het versterken van de samenleving gaat “subsidie”. Woorden doen ertoe. Investeren in mensen, gemeenschappen en sociale samenhang is geen consumptieve uitgave, maar een investering in de toekomst. De opbrengsten daarvan laten zich niet alleen vertalen in Excelsheets en euro’s, maar ook in gezondheid, leefbaarheid, vertrouwen, participatie en veerkracht.

Op de lange termijn zijn dat precies de factoren die bepalen of een samenleving sterk genoeg is om de uitdagingen van morgen aan te kunnen. Laten we daar meer in investeren. Daarom doe ik een oproep aan iedereen die deze ambitie deelt.

Laten we ons uitspreken. Laten we nadenken over hoe we de komende jaren in co-creatie daadwerkelijk handen en voeten geven aan deze beweging. Niet morgen, maar vandaag. Want de samenleving die we willen, ontstaat niet vanzelf. Die bouwen we samen.

De koffie staat klaar!

Deel deze pagina via

Neem contact met ons op

Cevdet Örnek

Waarnemend directeur-bestuurder