Handreiking

Wat vraagt samenwerken van mijn persoonlijk leiderschap?

Dit helpt om als bestuurders om hun leiderschap verder te ontwikkelen nu de toegevoegde waarde steeds vaker buiten de grens van de eigen organisatie plaatsvindt en dus in samenwerking met andere partijen.

De toenemende regionalisering vraagt van bestuurders van sociaal werkorganisaties dat zij voortdurend bewegen tussen verschillende belangen en logica’s. Zij schakelen tussen het belang van de eigen organisatie en dat van de regionale samenwerking, tussen gemeenten als lokale beleidsmakers en regionale ambities en tussen de leefwereldlogica van sociaal werk en de systeem‑ en zorglogica die aan regionale tafels vaak dominant is. Deze spanningen laten zich niet oplossen door te kiezen voor het één of het ander. De opgave is om ze te herkennen, te benoemen en er bewust mee om te gaan.

Persoonlijk leiderschap aanpassen

Dat stelt andere eisen aan persoonlijk leiderschap. Minder hiërarchische sturing, meer aandacht voor positionering, reflectie en relationele sensitiviteit. Effectief persoonlijk leiderschap begint bij het kennen van de eigen drijfveren, macht en grenzen, en bij het expliciet maken van wat een bestuurder wel en niet kan beloven namens de eigen organisatie. Bestuurders worden geacht met verschillende brillen naar dezelfde opgave te kunnen kijken. Niet één oplossing staat centraal, maar het vermogen om meerdere perspectieven te zien en daarop te schakelen.

Essentieel hierin is het bewust hanteren van meerdere rollen. Bestuurders zijn richtinggevend binnen hun eigen organisatie, terwijl zij in regionale netwerken juist gelijkwaardigheid en gedeeld eigenaarschap moeten bevorderen. Dat vraagt om zelfkennis, het verdragen van ambiguïteit en het vermogen om te schakelen tussen belangen, logica’s en tempo’s. Het betekent ook: soms ruimte laten, soms richting geven, en steeds opnieuw bepalen wat de situatie vraagt.

Bovenal vraagt samenwerken op regionaal niveau om leiderschap vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid. Om bewust in de samenwerking te stappen. Niet het organisatiebelang alleen staat voorop, maar de gezamenlijke opgave waarvoor sociaal werk en partners zich in de regio verbinden. Persoonlijk leiderschap is daarbij geen individuele eigenschap, maar een voortdurend leerproces in relatie tot anderen en tot de maatschappelijke opgave.

Erken de complexiteit van samenwerkingsverbanden. Het is moeilijk om vanuit traditionele managementparadigma’s binnen een organisatie, vaak gericht op controle en beheersing, over te geven aan de kracht van toeval, interactie en niet weten.

Wees expliciet over de rol van waaruit je handelt. Maak zichtbaar of je spreekt namens de eigen organisatie, het netwerk van sociaalwerkorganisaties of de bredere maatschappelijke opgave en wissel hier bewust tussen waar nodig.

Maak spanningen en dilemma’s bespreekbaar. Benoem verschillen, belangen en onzekerheden expliciet en organiseer hier structureel reflectie en bepaal je eigen voorkeurspositie bij dilemma’s.

-> Leestip: Everts A. en S Olthof, Dansen met Dilemma’s, A&S, 2017; par. 8.3

Accepteer onzekerheid als onderdeel van samenwerken. Erken dat niet alles vooraf vastligt en dat handelen vaak plaatsvindt op basis van onvolledige informatie.

Geef ruimte aan verschillende perspectieven. Faciliteer dat uiteenlopende belangen en invalshoeken worden ingebracht en gewogen in het gesprek.

Handel situationeel en met oog voor de context. Niet één vaste aanpak staat centraal, maar wat in de gegeven situatie nodig is om de samenwerking en de opgave verder te brengen.

Blijf expliciet over afwegingen en keuzes. Licht toe hoe je tot standpunten en besluiten komt, zodat deze navolgbaar zijn voor anderen.

Een moreel beraad (kijk voor inspiratie op: Moreel beraad | Nederlands Jeugdinstituut) of socratisch gesprek (kijk voor inspiratie op: hetsocratischgesprek.nl/socratisch-gesprek) kan helpen om bestuurlijke dilemma’s te verhelderen.