Handreiking

Hoe maak ik keuzes in welke samenwerkingen ik energie steek?

Dit helpt wanneer bestuurders een veelheid aan samenwerkingen ervaren en behoefte hebben aan overzicht en bewuste keuzes in welke samenwerkingen zij vanuit de eigen organisatie prioriteit geven.

Bestuurders van sociaalwerkorganisaties hebben te maken met een veelheid aan samenwerkingsverbanden. Regionale tafels, netwerken, programma’s en tijdelijke coalities volgen elkaar snel op. Dat roept onvermijdelijk de vraag op: in welke samenwerkingen steek je energie en in welke niet?

Bewust kiezen waar je instapt
Die afweging ziet er voor iedere sociaalwerkorganisatie anders uit. Dat hangt samen met de scope en opdracht van de organisatie. Waar de ene organisatie zich richt op het versterken van de brede sociale basis, focust een andere organisatie vooral op jeugd en opvoeden, of op het brede maatschappelijk werk in een regio. Uiteindelijk staat iedere bestuurder voor dezelfde vraag: welke opgaven kan mijn organisatie niet alleen oplossen en vraagt om strategische samenwerking?

Samenwerkingen zijn vaak makkelijker om in te stappen dan om er later weer uit te stappen. Juist daarom is het belangrijk om vooraf bewuste keuzes te maken. Dat begint bij het helder formuleren van een samenwerkingsstrategie, die voortkomt uit de missie, visie en organisatiestrategie. Deze verankering geeft richting en biedt de bestuurder houvast om onderbouwde besluiten te nemen over deelname aan concrete samenwerkingsverbanden.

Samenwerkingsstrategie als hulpmiddel

Een heldere samenwerkingsstrategie helpt om keuzes te maken in waar en hoe je participeert. Neem je deel in de strategische kern van een samenwerking, waar koers en richting worden bepaald? Of is een rol in de complementaire ring, waarbij je bijdraagt op specifieke thema’s zonder een trekkersrol te vervullen, passender? Zo ontstaat voor de organisatie een bewust opgebouwd netwerkportfolio, waarin samenwerkingen elkaar versterken in plaats van versnipperen.

Naast de strategische aansluiting weegt een bestuurder ook mee of de juiste mensen, middelen en capaciteit beschikbaar zijn. Regelmatig reflecteren op dit netwerkportfolio helpt om prioriteiten aan te scherpen, keuzes te heroverwegen en samenwerking doelgericht in te zetten binnen de regionale context.

Maak een expliciete samenwerkingsstrategie. Deze strategie beschrijft hoe en welke samenwerkingen nodig zijn en met wie om de maatschappelijke opdracht van jouw organisatie te realiseren.

Breng vanuit een strategisch perspectief in kaart hoe, met wie en waarom jullie samenwerken en welke rol samenwerking speelt in het realiseren van maatschappelijke opgaven. Een hulpmiddel als onderlegger voor jullie strategische kijk is het model “Strategisch perspectief op samenwerken”.

Maak een overzicht van alle strategische samenwerkingen waarin jullie als organisatie participeren.

Orden dit overzicht (portfolio) op strategisch belang en noodzaak. Classificeer vervolgens de samenwerkingen in het portfolio. Je kunt hiervoor deze eenvoudige matrix gebruiken, geordend naar:

  1. As 1: strategisch belang (laag – hoog)
  2. As 2: operationele noodzaak (laag – hoog)

Ga in gesprek met elkaar aan de hand van dit portfolio. Op welke netwerken ligt jullie focus? Waarom en welke netwerken vragen minder of meer energie of om uit te stappen?

Maak expliciet hoe deze prioritering van samenwerkingen in het netwerkportfolio doorwerken in keuzes over de gewenste positie in het netwerk, met welk mandaat medewerkers daar kunnen zitten en welke netwerken jullie prioriteit krijgen. Zorg daarbij voor samenhang met jullie strategie en beschikbare capaciteit, middelen en kennis. Gebruik hiervoor jullie de onderlegger positionering in het netwerk voor jullie gesprek.

Blijf het portfolio actief evalueren en bijstellen. Evalueer regelmatig of het netwerkportfolio nog aansluit bij de samenwerkingsstrategie en de actuele opgaven, en stel waar nodig bij.