Situatie: Zelf verantwoordelijk blijven
In het kort
- Door toenemende regionalisering verandert de rol van bestuurders van sociaalwerkorganisaties.
- Bestuurders spreken regionaal namens het collectief: hoe versterken we de positie van het sociaal werk en sluiten we aan bij regionale ontwikkelingen?
- Spanning aan en rond de tafel wordt zichtbaar als regionaal afspraken worden gemaakt over gezamenlijke prioriteiten.
Kern van de opgave
Hoe blijf je als bestuurder loyaal aan de regionale samenwerking en het gezamenlijke belang, terwijl je tegelijkertijd eindverantwoordelijk blijft voor je eigen organisatie?
Gedeelde urgentie
Door toenemende regionalisering verandert de rol van bestuurders van sociaalwerkorganisaties. Zij nemen vaker deel aan regionale tafels waar koers, positionering en inzet van sociaal werk worden bepaald. Besluiten daar werken direct door in lokale uitvoering, capaciteit en financiën. Van bestuurders wordt verwacht dat zij meebewegen en bijdragen aan gezamenlijke ambities.
Gedeelde ambitie, dubbele loyaliteit en verantwoordelijkheid
Bestuurders spreken regionaal namens het collectief: hoe versterken we de positie van sociaal werk en sluiten we aan bij regionale ontwikkelingen? Tegelijk blijven zij eindverantwoordelijk voor hun eigen organisatie, met eigen doelen, financiële kaders en een Raad van Toezicht die meedenkt en toetst. Deze verantwoordelijkheid stopt niet aan de regionale tafel. Bestuurders bewegen zich voortdurend tussen collectief belang en organisatiebelang, wat leidt tot terugkerende loyaliteitsdilemma’s.
Spanning aan en rond de tafel
Deze spanning wordt zichtbaar wanneer regionaal afspraken worden gemaakt over gezamenlijke prioriteiten. Regionaal voelt dat logisch, maar intern kan blijken dat menskracht of financiële ruimte onvoldoende is. Wat regionaal als wenselijk geldt, roept intern de vraag op: “kunnen wij dit waarmaken?”
Ook ontstaat spanning wanneer een bestuurder zich sterk heeft verbonden aan de samenwerking, maar de koers gaandeweg minder aansluit bij de eigen organisatiestrategie. Stoppen kan dan nodig zijn, maar is relationeel en bestuurlijk spannend: wat betekent dit voor onderlinge verhoudingen en andere samenwerkingsverbanden?
In de verantwoording wordt deze spanning verder zichtbaar. Regionaal wordt tempo en commitment gevraagd, terwijl richting de eigen organisatie en Raad van Toezicht zorgvuldige afweging nodig is, bijvoorbeeld over risico’s, capaciteit en begroting. Gemeenten als opdrachtgever kunnen bovendien andere verwachtingen hebben die niet altijd aansluiten bij de regionale koers. Bestuurders merken dat zij regionaal soms sneller moeten bewegen dan intern mogelijk is.
Zo ontstaat een blijvende spanning tussen samenwerken en sturen, tussen collectieve ambitie en individuele verantwoordelijkheid. Niet omdat bestuurders zich niet willen verbinden, maar omdat regionale ambities en organisatieverantwoordelijkheid niet vanzelfsprekend samenvallen. Juist op momenten dat helderheid en commitment nodig zijn, kan dit de samenwerking onder druk zetten.
Wat kan hier helpen?
Hoe zorg ik dat regionale visie op sociaal werk en afspraken goed landen in mijn organisatie?
Afspraken hebben betekenis voor medewerkers in de organisatie en vragen om interne afstemming en ondersteuning. Dat betekent aandacht voor communicatie, professionele ruimte en voldoende tijd en capaciteit om daadwerkelijk samen te werken met partners.
Hoe maak ik keuzes voor onze organisatie en samenwerkingen waar wij energie insteken?
Niet elke samenwerking vraagt of verdient dezelfde intensiteit. Door bewust te differentiëren in betrokkenheid en rol ontstaat ruimte voor focus en impact.
Wat vraagt samenwerken van mijn persoonlijk leiderschap?
Samenwerken brengt onvermijdelijk spanningen met zich mee: tussen belangen, tempo, rollen en verwachtingen. Effectief persoonlijk leiderschap vraagt niet om het oplossen of vermijden van deze spanningen, maar om het erkennen ervan.
Hoe werkt het samenspel met mij en mijn toezichthouders bij regionale samenwerkingen?
Regionale samenwerking vraagt om een breder perspectief in het gesprek tussen bestuurder en toezichthouders. Het organisatieperspectief en het maatschappelijk perspectief en daaruit voortvloeiende dilemma’s zijn steeds vaker vertrekpunt voor het onderlinge gesprek. Deze transitie kost tijd, vraagt om bestuurlijke sensitiviteit en samen leren wat een passend samenspel is tussen bestuur en toezicht in de toenemende samenwerkingen.
Werkbladen & hulpmiddelen
Werkbladen
Werkblad ‘Het achtje rondmaken’
Werkblad ‘Matrix strategisch samenwerkportfolio’
Hulpmiddelen
Figuur ‘Het achtje rondmaken’
Figuur ‘Strategisch perspectief op samenwerken’
Bekijk de overige situaties
Neem contact met ons op
Marjolein Groot Wesseldijk – Vaags
Programmamanager regionale samenwerking
