Dit wordt belangrijk zodra onduidelijkheid ontstaat over rollen, besluitvorming, informatie delen of verwachtingen in de samenwerking.
Een samenwerkingsverband waarin bestuurders van sociaalwerkorganisaties gelijkwaardig samen leren, ontwikkelen en werken aan een stevige regionale positie van sociaal werk, in de verbinding tussen medisch en sociaal, is te typeren als een lerende samenwerking. Passend bij deze ambitie is het vaak voldoende om lichte samenwerkafspraken te maken en om spelregels voor besluitvorming, houding en gedrag met elkaar af te spreken.
Een belangrijk organiseerprincipe is: richt de samenwerking zo licht als mogelijk in en zo zwaar als nodig. Niet elke samenwerking vraagt om een zware juridische vorm of formele organisatie. Zeker samenwerking tussen sociaalwerkorganisaties die gericht is op gezamenlijke positionering binnen de regio, het afstemmen van visie of het maken van afspraken over mandaat richting regionale tafels, hoeft niet topzwaar te worden opgetuigd. In zulke gevallen volstaan vaak duidelijke spelregels en samenwerkafspraken.
Onderdeel is bijvoorbeeld om met elkaar af te spreken welke partijen mogen deelnemen. Heeft het samenwerkingsverband een open karakter en kan iedere sociaalwerkorganisatie in de regio deelnemen? Of kent het verband een gesloten karakter? Een lerende, ontwikkelende omgeving kan ook partijen aantrekken, die professioneel onvoldoende bijdragen aan de gezamenlijke missie. Dit kan de kwaliteit van de samenwerkingsrelatie beïnvloeden. Spreek af hoe de besluitvorming wordt vormgegeven. Spelregels gaan over hoe we ons gedragen in de samenwerking. Stel zo nodig een eenvoudige samenwerkingsovereenkomst op.
De meest lichte vorm van samenwerken is een set afspraken over deelname, houding, gedrag en de wijze van vertegenwoordiging en besluitvorming.
