Dit gesprek helpt wanneer bestuurders merken dat de samenwerking steeds meer vraagt, terwijl nog onvoldoende scherp is wat zij samen precies willen bereiken.
Op steeds meer plekken in het land vinden sociaalwerkorganisaties elkaar in de regio. Deze samenwerkingen starten vaak licht: bestuurders ontmoeten elkaar, wisselen ervaringen uit en stemmen af. De samenwerkingstafel is in deze fase vooral een plek van leren, verkennen en ontwikkelen. Ontmoeting en wederzijds begrip staan centraal. Een gezamenlijke visie ontwikkelen en het positioneren aan de verschillende samenwerkingstafels is dan het doel.
Dit kan een aanloop zijn voor het gaandeweg verdiepen van de samenwerking. De ambitie groeit en verschuift. Sociaalwerkorganisaties verkennen bijvoorbeeld of zij gezamenlijk ICT-capaciteit of -expertise kunnen inkopen, samen medewerkers kunnen werven of sterker kunnen optrekken in regionale vraagstukken. In sommige regio’s ontstaat zelfs de wens om samen te ondernemen door middelen, kennis en mensen te delen, of door toe te werken naar een meer geïntegreerde organisatievorm. Zulke stappen vragen echter om andere afspraken en een andere manier van organiseren.
Een veelvoorkomende valkuil is dat samenwerkingen te snel vooruitlopen op mogelijke toekomstige ambities. De organisatie van de samenwerking wordt dan ingericht op iets wat (nog) geen gedeelde werkelijkheid is. Het vertrekpunt zou altijd de huidige fase en het gedeelde doel van de samenwerking moeten zijn. De vraag is niet wat we misschien ooit willen, maar waar de samenwerking nú aan moet bijdragen.
De vorm van de samenwerking ontstaat niet uit een vast model, maar uit keuzes en afwegingen van bestuurders, hun motieven en belangen. Modellen kunnen helpen om het gesprek te structureren en opties te verkennen, maar het ontwerp van governance, spelregels en afspraken is altijd een proces. Zeker bij samenwerkingsverbanden die primair gericht zijn op visie, positionering en vertegenwoordiging aan regionale tafels, volstaat vaak een lichtere organisatievorm.
