Dit helpt wanneer verschillen in schaal, capaciteit of betrokkenheid leiden tot scheve verwachtingen of overbelasting.
In regionale samenwerkingen hoeft niet iedere sociaalwerkorganisatie dezelfde rol, inzet of verantwoordelijkheid te dragen. Organisaties verschillen nu eenmaal in schaal, opdracht, lokale verankering, expertise en beschikbare capaciteit. Juist daarom is het belangrijk om niet vanzelfsprekend uit te gaan van gelijke inzet, maar van passende inzet.
Wanneer rollen impliciet blijven, kunnen snel scheve verwachtingen ontstaan. Een grotere organisatie kan het gevoel krijgen steeds de kar te moeten trekken, terwijl kleinere organisaties zich overvraagd voelen of onvoldoende ruimte ervaren om op hun eigen manier bij te dragen. Door expliciet te maken welke positie iedere organisatie wil en kan innemen, ontstaat meer realisme en eigenaarschap.
Een behulpzaam onderscheid is dat tussen de strategische kern, de complementaire ring en de vrije ruimte. In de strategische kern zitten organisaties die initiatief nemen, de koers uitzetten en verantwoordelijkheid dragen voor voortgang. In de complementaire ring zitten organisaties die actief bijdragen op specifieke thema’s, expertise of lokale verbinding. In de vrije ruimte is plek voor organisaties of partners die tijdelijk, thematisch of op onderdelen aansluiten.
Een bewuste taakverdeling voorkomt dat samenwerking te afhankelijk wordt van enkele trekkers, of dat iedereen overal bij betrokken moet zijn. Het maakt zichtbaar hoe verschillende bijdragen samen waardevol zijn: de één brengt bijvoorbeeld bestuurlijke slagkracht, de ander praktijkkennis, lokale legitimiteit, thematische expertise of toegang tot bewoners en vrijwilligers. Zo ontstaat een samenwerking waarin verschil niet hoeft te worden opgelost, maar ieder zijn rol heeft.
