Dit helpt wanneer onduidelijkheid ontstaat over wie trekt, wie meedoet en wat bestuurders redelijkerwijs van elkaar kunnen verwachten.
In regionale samenwerkingen hoeft niet iedere sociaalwerkorganisatie overal aan mee te doen of dezelfde rol te vervullen. Integendeel: de kracht van samenwerking zit juist in het verschil. Organisaties verschillen in strategie, schaal, lokale verankering en beschikbare tijd, mensen en middelen. Die verschillen maken het mogelijk om elkaar aan te vullen, mits helder is wie welke positie inneemt. Niet iedere organisatie hoeft overal vertegenwoordigd te zijn om toch betekenisvol bij te dragen aan een gezamenlijke regionale stem.
Wanneer posities impliciet blijven, ontstaan snel onrealistische verwachtingen. Bestuurders kunnen het gevoel krijgen dat er meer van hen wordt verwacht dan past bij hun rol of capaciteit. Door expliciet te maken hoe organisaties zich verbinden aan de samenwerking, ontstaat duidelijkheid, wederzijds begrip en rust in het netwerk.
Binnen regionale samenwerkingen zijn grofweg drie typen posities te onderscheiden:
- De strategische kern
Bestuurders en organisaties die initiatief nemen, richting geven en verantwoordelijkheid dragen voor de gezamenlijke koers. Zij vormen de stuwende kracht van het netwerk. - De complementaire ring
Organisaties die zich verbinden aan de gezamenlijke ambitie en actief bijdragen op specifieke thema’s, zonder de trekkersrol op zich te nemen. - De vrije ruimte
Organisaties die zich incidenteel verbinden, vaak rondom tijdelijke, thematische of meer operationele activiteiten.
Een plek in de strategische kern is niet automatisch de beste of meest logische keuze. Past de gevraagde diplomatie minder bij de bestuurder? Sluit een trekkersrol niet aan bij de lokale opdracht of beschikbare inzet? Dan kan een positie in de complementaire ring een bewuste en passende keuze zijn.
Bestuurders van sociaalwerkorganisaties zijn actief in meerdere lokale en regionale netwerken. Positie kiezen is daarom een strategische afweging. Niet overal kan of hoeft een stuwende rol te worden vervuld. De bekende “wet van jam” geldt ook hier: hoe breder wordt gesmeerd, hoe dunner het wordt. Focus en realisme zijn nodig om te bepalen in welke netwerken een organisatie werkelijk van betekenis kan zijn.
