Situatie: Verschil in positie
In het kort
- Aan regionale tafels worden steeds vaker besluiten genomen die direct doorwerken in wijken en buurten.
- De intentie om samen op te trekken in de regio is oprecht, maar de omvang van de organisatie en het speelveld verschillen behoorlijk.
- De verschillen moeten expliciet worden benoemd om spanning te voorkomen.
Kern van de opgave
Hoe organiseer je samenwerking tussen sociaalwerkorganisaties waarin recht wordt gedaan aan verschillen in schaal, kerntaak en positie en tegelijk een gezamenlijke stem van sociaal werk in de regio ontstaat?
Gedeelde urgentie
Aan regionale tafels worden steeds vaker besluiten genomen die direct doorwerken in wijken en buurten. Zonder een gezamenlijke stem dreigt sociaal werk invloed te verliezen op keuzes die het dagelijks werk raken. De beweging van zorg naar gezondheid en preventie, de toenemende verwachting over de preventieve werking van de sociale basis en afspraken uit verschillende akkoorden vergroten deze urgentie. Van sociaal werk wordt nú een stevige en herkenbare positie aan regionale tafels verwacht.
Gedeelde ambitie, verschillende sociaalwerkorganisaties
Bestuurders van sociaalwerkorganisaties verbinden zich steeds meer in de regio. De intentie om samen op te trekken is oprecht. Tegelijkertijd ervaren bestuurders grote verschillen tussen hun organisaties. De één bestuurt een organisatie die in meerdere gemeenten actief is en beschikt over strategische capaciteit. De ander bestuurt een kleinere, lokaal verankerde organisatie die sterk is gericht op de dagelijkse praktijk. Waar de één opereert in het brede speelveld van sociaal werk, is de ander actief op een specifiek thema, doelgroep of wijk.
Wat voor de één een logische strategische stap is, voelt voor de ander als extra druk boven op een volle agenda. Juist deze verschillen bepalen wie tempo kan maken, wie moet afremmen en wie zich gaandeweg minder gehoord voelt. Juist aan regionale tafels, waar snelheid, vertegenwoordiging en gezamenlijke positionering belangrijk worden, werken deze verschillen direct door in de samenwerking.
Spanning aan en rond de tafel
Zodra het gesprek concreet wordt, worden deze verschillen zichtbaar. Waar de één spreekt over regionale positionering, mandaat en langetermijnkoers, stelt de ander vragen vanuit de uitvoering: wat vraagt dit van mijn team, en wat betekent het voor bewoners? Grotere organisaties voelen de noodzaak om tempo te maken: “Ik trek de kar, anders gebeurt er niets.” Kleinere organisaties ervaren juist druk en overvraging: “Trek ook eens de kar… makkelijk gezegd, maar dit vraagt tijd en inzet die wij niet hebben.”
Wanneer de bestuurders aan tafel dit soort verschillen niet expliciet benoemen, ontstaan spanningen. Bestuurders willen samen optrekken, maar omdat verschillen in positie, tempo en draagkracht onvoldoende expliciet worden gemaakt, komt de samenwerking onder druk te staan juist op het moment dat een gezamenlijke en geloofwaardige stem van sociaal werk nodig is.
Wat kan hier helpen?
Bedoelen we hetzelfde met de ambitie van onze samenwerking?
Voorkom abstracte ambitie. Maak concreet: wat beloven we, aan wat committeren we en wat gaan we doen? Een gedeeld beeld bij de ambitie geeft richting en verbindt partijen rondom de gezamenlijke inzet. Ook als het spannend is of wordt.
Hebben we ieders belang en uitgangspunten scherp?
Maak zichtbaar wat ieder komt brengen en halen. Gebruik vragen als: wat is voor jou belangrijk, wat kun je inbrengen en waar ligt je grens? Dit maakt belangen en uitgangspunten helder. Vanuit daar kunnen verschillen worden overbrugd.
Is ieders positie in de samenwerking duidelijk?
Spreek expliciet af wie initieert, wie participeert en waar grenzen liggen. Ben je trekker, verbinder of liever in een tweede ring betrokken? Niet iedereen hoeft dezelfde rol in het netwerk te vervullen.
Begrijpen we voldoende hoe we elkaar kunnen versterken?
Benut het verschil in perspectief, ervaring en kennis. Dat is de kracht van samenwerken. Zoek naar de manier waarop ieder bij kan dragen aan jullie samenwerking in de regio. Wanneer helder is wie wat kan doen, ontstaat begrip en duidelijkheid over ieders inzet.
Werkbladen & hulpmiddelen
Werkbladen
Werkblad ‘Halen en brengen gesprek’
Werkblad ‘In gesprek over overeenkomsten en verschillen’
Werkblad ‘Issuekaart’
Werkblad ‘Voorbereiding samenwerkgesprek’
Hulpmiddelen
Figuur ‘Gouden driehoek’
Figuur ‘Positie kiezen’
Technieken om tot overeenstemming te komen
Voorbeelden van diverse ambities
Bekijk de overige situaties
Neem contact met ons op
Marjolein Groot Wesseldijk – Vaags
Programmamanager regionale samenwerking
