Dit wordt belangrijk op momenten waarop spanning ontstaat en bestuurders elkaar niet willen kwijtraken in de samenwerking.
Samenwerken in regionale verbanden tussen sociaalwerkorganisaties brengt onvermijdelijk momenten van spanning met zich mee. Belangen verschillen, druk neemt toe en contexten veranderen. Juist wanneer het spannend wordt, bepaalt vooral de kwaliteit van het samenwerkingsproces of bestuurders elkaar weten vast te houden. Dan gaat het om procesvertrouwen: het vertrouwen partners erop kunnen rekenen dat afspraken, rollen en spelregels houvast bieden, ook als niet alles vooraf is afgestemd.
Procesvertrouwen is nauw verbonden met onderling vertrouwen. Dat laatste ontstaat niet vanzelf tussen mensen en heeft meer nodig dan elkaar graag mogen. Vertrouwen groeit wanneer partners ervaren dat afspraken worden nagekomen, spanningen bespreekbaar zijn en iedereen serieus wordt genomen in zijn positie en belangen. Vertrouwen vraagt daarom om bewuste aandacht en onderhoud, juist op momenten waarop het schuurt.
Onderling vertrouwen gaat over de relatie tussen bestuurders en organisaties: het gevoel dat je elkaar serieus neemt, respecteert en niet verrast. Beide zijn nodig om te voorkomen dat spanning leidt tot terugtrekken, defensief gedrag of het vastlopen van de samenwerking.
Samenwerken vraagt dus onderhoud. Door bewust te werken aan procesvertrouwen en onderling vertrouwen ontstaat ruimte om ook moeilijke momenten samen te dragen en de samenwerking duurzaam te versterken.
