Sociaalwerkorganisaties trekken steeds vaker samen op om aan regionale bestuurlijke tafels het verhaal van sociaal werk te laten horen en hun positie als branche te versterken. In veel regio’s spreken bestuurders af dat één van hen namens het samenwerkingsverband aan deze tafels zit. Niet iedereen hoeft overal bij te zijn en zo ontstaat er meer continuïteit in het gesprek.
Voorkomen van ongemak
In de dagelijkse praktijk is het nodig om afspraken te maken zodat eventueel ongemak kan worden voorkomen. Jij zit aan tafel en moet soms direct reageren, meedenken of richting geven aan voorstellen. Tegelijkertijd weet je dat collega‑bestuurders meekijken en zich afvragen: wordt ons perspectief hier goed meegenomen? Voor jou kan het voelen alsof je voortdurend moet schakelen. Wanneer kan ik doorpakken en wanneer moet ik eerst terug?
Als hierover geen duidelijke afspraken zijn gemaakt, kan ongemak ontstaan in de samenwerking. Jij kunt het gevoel krijgen dat je te veel alleen draagt aan de regionale tafels. Andere bestuurders kunnen gaan twijfelen of zij voldoende zicht hebben op wat er namens hen gebeurt. Dat is zelden een kwestie van wantrouwen of onwil, maar het gevolg van onduidelijkheid over mandaat.
Hoe maak je mandaat expliciet?
In de praktijk helpt het om dit klein en concreet te maken. Het gaat meestal niet om alles-of-niets, maar om heldere grenzen. Waar mag jij namens het samenwerkingsverband spreken? Wanneer wordt verwacht dat je eerst terugkoppelt? En op welke momenten is snelheid belangrijker dan volledige afstemming? Door dit samen expliciet te bespreken, ontstaat rust. Jij weet waar je ruimte zit aan de regionale bestuurlijke tafels, en de anderen weten waar zij op kunnen vertrouwen.
Door afspraken vast te leggen, voorkom je dat achteraf discussie ontstaat over verwachtingen of toezeggingen. Het geeft jou houvast in het gesprek en helpt om de samenwerking gericht te houden op wat zij wil bereiken: met één herkenbare stem bijdragen namens sociaal werk in de regio.
