Handreiking

Hoe voorkom ik verwarring over mijn rol in de regio?

In regionale samenwerkingen zit je als bestuurder vaak aan meerdere overlegtafels tegelijk. Aan de ene tafel vertegenwoordig je je eigen organisatie, aan een andere tafel spreek je namens het samenwerkingsverband van sociaalwerkorganisaties in de regio. In de praktijk lopen die rollen gemakkelijk door elkaar. Voor jou is dat dagelijkse praktijk. Voor anderen is het niet altijd zichtbaar vanuit welke rol je spreekt in of namens de samenwerking.

Als die rol niet expliciet is, kan er ruis ontstaan. Externe partners kunnen denken dat je namens de hele branche spreekt, terwijl je eigenlijk een organisatieperspectief inbrengt. Of collega‑bestuurders vanuit sociaal werk herkennen hun eigen invalshoek onvoldoende in wat is ingebracht. Dat leidt niet meteen tot conflict, maar wel tot vragen, terughoudendheid of het gevoel dat afspraken groter worden dan bedoeld.

Rolzuiverheid
Naast afspraken over mandaat is rolzuiverheid helpend: met welke pet zit je waar aan tafel? Dat betekent niet dat je altijd maar één pet op hebt. Het betekent wel dat je bewust kiest welke pet je opzet, en dat dit voor anderen herkenbaar is.

Hoe maak je rollen expliciet?
Het helpt vaak om vooraf expliciet te maken vanuit welke rol en met welk mandaat je aan andere tafels zit. Door dit samen te benoemen en vast te leggen, kun jij aan tafel scherper spreken en weten anderen waar zij op kunnen vertrouwen. Ook richting externe partners schept dit duidelijkheid en vergroot het de geloofwaardigheid van sociaal werk in de regio.

Maak eerst onderling expliciet hoe de vertegenwoordiging is ingericht. Spreek af in de eigen samenwerking hoe en vanuit welke rol(len) je waar aan tafel zit.

Benoem de gedeelde lijn of uitgangspunten die de vertegenwoordiger meeneemt naar externe tafels.

Vertaal deze afspraken naar eenduidig handelen naar buiten. Leg vast hoe je dit ook richting externe partners benoemt en vul dit in in de tweede kolom van het afsprakenkader op het werkblad ‘Afsprakenkader mandaat‘.

Voorkom verwarring aan externe regiotafels; maak voortdurend expliciet vanuit welke rol(len) je aan tafel zit: de branche, je eigen organisatie of beide. Bevraag ook de andere partners aan tafel hierop.

Blijf in het afsprakenkader en je manier van handelen de koppeling maken tussen binnen en buiten het netwerk.

Evalueer periodiek met elkaar om te toetsen of het handelen aan tafel nog past bij de interne afspraken.