Situatie: Namens elkaar spreken
In het kort
- Besluiten worden vaak genomen onder tijdsdruk, wie er niet op tijd bij is verliest invloed op keuzes.
- Een gezamenlijke vertegenwoordiging van het sociaal werk in de regio draagt bij aan overzicht en slagkracht.
- Wat bedoeld is als gezamenlijke kracht kan omslaan in vertraging en twijfel, als afstemming, mandaat en terugkoppeling niet goed zijn ingericht.
Kern van de opgave
Gedeelde urgentie
Aan regionale tafels worden steeds vaker besluiten genomen die direct doorwerken in wijken en buurten. Van sociaal werk wordt verwacht dat het zichtbaar, betrouwbaar en inhoudelijk sterk aan die tafels vertegenwoordigd is. Besluiten worden vaak genomen onder tijdsdruk. Wie niet tijdig en eenduidig spreekt, verliest invloed op keuzes die het dagelijks werk raken. In deze context groeit de noodzaak om sociaal werk gezamenlijk en herkenbaar te vertegenwoordigen.
Gezamenlijk optrekken vraagt om vertegenwoordiging
Sociaalwerkorganisaties organiseren zich steeds vaker regionaal en spreken af om gezamenlijk op te trekken. Daarbij ontstaat de vraag wie namens het samenwerkingsverband aan tafel zit. In veel regio’s vertegenwoordigt één bestuurder het geheel. Dat is een logische keuze: deze bestuurder heeft vaak ervaring, kent het speelveld en beschikt over het netwerk en de tijd om structureel aan te sluiten. Zo ontstaat een vorm van gezamenlijke vertegenwoordiging van sociaal werk in de regio die overzicht en slagkracht biedt.
Spanning aan en rond de tafel
Naarmate de druk toeneemt, kunnen kwetsbaarheden zichtbaar worden. Onduidelijkheid over rollen, mandaat, informatiedeling en besluitvorming groeit: wie is wanneer aan zet en waarover stemmen we samen af? De samenwerking blijkt soms lichter georganiseerd dan nodig is voor wat moet worden gerealiseerd.
Dat wordt zichtbaar wanneer bijvoorbeeld een bestuurder eerder dan anderen informatie ontvangt over een koersplan. Zonder heldere afspraken ontstaat dan ruis. De één gaat ervan uit dat er al richting is gekozen, terwijl een ander het voor het eerst hoort en reageert: “Ik hoor dit nu pas?!” Onderling ontstaat frictie en de besluitvorming aan tafel stokt.
Wat is bedoeld als gezamenlijke kracht, kan zo omslaan in vertraging en twijfel. Niet doordat vertrouwen ontbreekt, maar doordat afstemming, mandaat en terugkoppeling onvoldoende zijn ingericht. Juist op het moment dat sociaal werk eenduidig en betrouwbaar moet spreken, komt de samenwerking onder druk te staan.
Wat kan hier helpen?
Welke afspraken heb ik nodig om met mandaat én vanuit vertrouwen sociaal werk te vertegenwoordigen in de regio?
Zorg dat je vooraf met elkaar goede afspraken maakt. Maak expliciet waar iemand mandaat voor heeft namens de anderen. Bespreek: waarover mag iemand spreken en beslissen namens de samenwerking, en waar ligt de grens?
Hoe voorkom ik verwarring over mijn rol in de regio?
Verhelder vanuit welke rol iemand aan tafel zit. Spreekt iemand namens de branche in de regio, namens de eigen organisatie of beide? Maak dit expliciet om misverstanden te voorkomen.
Hoe stem ik effectief af met mijn collega-bestuurders in de achterban, zonder te vertragen aan een andere tafel?
Organiseer structureel hoe input wordt opgehaald en teruggekoppeld. Zorg dat de verbinding tussen de samenwerkingstafel en de achterban actief wordt onderhouden.
Werkblad
Werkblad ‘Afsprakenkader mandaat’
Bekijk de overige situaties
Neem contact met ons op
Marjolein Groot Wesseldijk – Vaags
Programmamanager regionale samenwerking
