Gepubliceerd op oktober 1, 2026
Samenlevingsopbouw vraagt vakmanschap én ruimte
© Jaap Ikink
Hoe versterken we gemeenschappen in een tijd waarin maatschappelijke vraagstukken steeds complexer worden? Gemeenschapskracht ontstaat niet vanzelf. Daarvoor zijn professionals nodig die niet alleen oog hebben voor individuele vragen, maar ook voor de relaties, initiatieven en mogelijkheden die al in buurten en gemeenschappen aanwezig zijn. Samenlevingsopbouw helpt om die kracht te versterken én om structurele vraagstukken zichtbaar te maken.
Vanuit de Landelijke Actieagenda De kracht van Samenlevingsopbouw is daarom niet alleen geïnvesteerd in vakmanschap, maar ook in een sterke landelijke infrastructuur voor scholing en deskundigheidsbevordering. Met het netwerk rond de landelijke leergang en de samenwerking met de HAN is inmiddels een landelijk dekkend netwerk ontstaan. Dat maakt het mogelijk om snel en op maat aan te sluiten bij lokale en regionale vragen en kennis en ervaring uit verschillende regio’s met elkaar te verbinden.
De leergangen helpen opbouwwerkers en andere professionals om hun kennis te verdiepen, op hun praktijk te reflecteren en beter onder woorden te brengen wat zij doen en welke maatschappelijke waarde zij realiseren.
Tegelijkertijd werkt het landelijke netwerk aan de toekomst van het vak. Door samenlevingsopbouw nadrukkelijker te agenderen binnen het reguliere onderwijs en de plek ervan in curricula van hogescholen te versterken, bouwen we aan een duurzame kennis- en opleidingsbasis voor samenlevingsopbouw in heel Nederland.
Verlenging subsidie
Goed nieuws voor werkgevers die hierin willen investeren: de subsidie Strategisch Opleiden in zorg en welzijn (SO-Z&W) krijgt een vervolg. Dat biedt opnieuw mogelijkheden om te investeren in de scholing en ontwikkeling van professionals en daarmee in de gemeenschapskracht van buurten en wijken.
Waarom die investering ertoe doet, wat werkgevers eraan hebben en wat de landelijke leergang in de praktijk oplevert, vertellen Jaap Ikink en Tom Pauws, beiden betrokken bij de Landelijke Leergang Samenlevingsopbouw, werkgever Hans Versteegh en keynote spreker Maja Ročak, ieder vanuit hun eigen perspectief. Deelnemers Laura van den Berg en Bette van Lunteren vertellen wat de landelijke leergang hen in de praktijk heeft gebracht. We spraken hen tijdens het festival ‘Opbouwwerk in de etalage’, dat geheel in het teken stond van de kracht, het vakmanschap en de democratische rol van de opbouwer en samenlevingsopbouw binnen het sociaal werk.
“Gemeenschapskracht ontstaat niet vanzelf”
Jaap Ikink, senior-docent Social Work, NHL Stenden Hogeschool
We verwachten steeds meer van gemeenschappen. Mensen moeten naar elkaar omkijken, samen initiatief nemen en oplossingen vinden voor wat er speelt in hun buurt of wijk. Dat past bij de beweging van zorg naar gezondheid en welzijn en bij de groeiende aandacht voor een sterke sociale basis.
Maar gemeenschapskracht ontstaat niet vanzelf.
Je kunt niet simpelweg van inwoners vragen om het voortaan meer zelf en met elkaar te doen. Mensen hebben ruimte nodig om elkaar te ontmoeten, vertrouwen op te bouwen, zich te organiseren en invloed uit te oefenen op hun leefomgeving. En juist daar is professioneel vakmanschap onmisbaar.
Opbouwwerkers weten hoe je aan die voorwaarden werkt. Zij kijken niet alleen naar individuele inwoners of problemen, maar naar wat er tussen mensen gebeurt. Ze zien welke verbanden er al zijn, brengen mensen samen en helpen bewoners om zelf richting te geven aan wat voor hun gemeenschap belangrijk is. Tegelijk verbinden ze de leefwereld van bewoners met gemeenten, organisaties en andere partijen.
Dat vraagt meer dan goede bedoelingen. Samenlevingsopbouw is een vak. Het vraagt kennis van groepsprocessen, machtsverhoudingen en gemeenschapsvorming. Maar ook het vermogen om steeds opnieuw te bepalen: wanneer neem ik initiatief, wanneer maak ik ruimte en wanneer verbind ik partijen met elkaar?
Juist nu de verwachtingen van gemeenschappen toenemen, moeten we daarom ook investeren in de professionals die eraan bijdragen.
De leergangen Samenlevingsopbouw helpen professionals om hun kennis en handelen te verdiepen. Niet alleen opbouwwerkers, maar iedereen die werkt aan sterke buurten en gemeenschappen. Want een sterke gemeenschap maak je nooit alleen. Je kunt wél samen de omstandigheden creëren waarin zij kan groeien.
“Samenlevingsopbouw leer je ook door anders te kijken”
Tom Pauws, docent Sociaal Work, Hogeschool van Amsterdam
Samenlevingsopbouw begint met aandacht voor wat er al is. Voor mensen die elkaar kennen, initiatief nemen, iets voor een ander betekenen of precies weten wat er speelt in hun buurt. Soms is die kracht direct zichtbaar, soms moet je er beter voor leren kijken.
Dat is een belangrijk uitgangspunt in de Leergang Samenlevingsopbouw. Deelnemers worden uitgedaagd om niet meteen te beginnen bij problemen of oplossingen, maar eerst te onderzoeken wat er al leeft. Waar zit energie? Welke verbindingen zijn er? Wie doet al mee en wie nog niet? En wat vraagt dat van jou als professional? Waar liggen de behoeften?
Die manier van kijken betekent ook dat je niet altijd zelf in actie hoeft te komen. Professioneel handelen kan juist zitten in ruimte maken, goed luisteren en mensen met elkaar verbinden. Werkwijzen zoals ABCD helpen daarbij door te kijken naar de talenten, relaties en mogelijkheden die al in een gemeenschap aanwezig zijn. Anderzijds zijn signaleren en agenderen belangrijk om individuele behoeften en knelpunten uit de leefwereld van bewoners te collectiviseren en onder de aandacht te brengen van beleidsmakers en instanties. Zo kan de zeggenschap van de gemeenschap worden versterkt.
In de leergang brengen deelnemers hun eigen praktijk mee. Ze verbinden theorie en methoden aan echte situaties en leren van elkaars ervaringen. Juist doordat deelnemers uit verschillende organisaties, buurten en regio’s komen, worden vanzelfsprekende aannames ter discussie gesteld. Een ander perspectief kan zichtbaar maken wat je in je eigen praktijk niet meer ziet.
Ook de samenwerking tussen verschillende hogescholen draagt daaraan bij. Iedere hogeschool brengt eigen kennis, ervaring en regionale praktijkvoorbeelden mee. Daardoor krijgt de leergang niet één perspectief op samenlevingsopbouw, maar meerdere. Voor deelnemers betekent dit dat zij kennismaken met verschillende benaderingen, kunnen vergelijken wat in andere contexten werkt en hun eigen handelen scherper leren bekijken.
Zo gaat de leergang niet alleen over kennis en methoden. Het gaat ook over leren kijken naar buurten, bewoners én je eigen rol als professional. Want wie meer perspectieven leert zien, ontdekt vaak ook meer mogelijkheden om gemeenschappen van binnenuit te versterken.
“Na een jaar zitten er echt andere opbouwwerkers tegenover me”
Hans Versteegh, teamleider opbouwwerk bij De Schoor in Almere
In zijn team volgden twee relatief nieuwe collega’s een jaar lang de Landelijke Leergang Samenlevingsopbouw. Het verschil is volgens hem inmiddels duidelijk zichtbaar.
“Ze zijn veel zelfbewuster geworden. Ze weten beter wat ze doen, maar vooral ook waarom ze het doen.”
Dat merkt Hans bijvoorbeeld tijdens werkbesprekingen. De twee opbouwwerkers stellen andere vragen, brengen hun professionele afwegingen duidelijker onder woorden en geven makkelijker tegengas.
Ook buiten het eigen team ziet hij verandering. In gesprekken met gemeente- en gebiedsambtenaren treden de opbouwwerkers steviger op. Ze kunnen beter uitleggen wat hun vak toevoegt en vanuit welke visie zij handelen. Dat maakt dat hen tot sterkere gesprekspartners.
Die ontwikkeling is voor De Schoor extra relevant nu de organisatie steeds meer gebiedsgericht werkt. Opbouwwerkers moeten daarin niet alleen naar hun eigen activiteiten kijken, maar verbanden in een wijk zien, collega’s verbinden en bijdragen aan gezamenlijke doelen.
De combinatie van theorie, intervisie en uitwisseling met vakgenoten helpt daarbij. Deelnemers leggen voortdurend de verbinding met hun eigen praktijk.
De Schoor betaalde de leergang uit het scholingsbudget en gaf medewerkers tijd om aan opdrachten te werken. “Die investering zie ik terug op de werkvloer.”
“Ze zijn in een jaar echt gegroeid in hun vak. Ik heb nu andere opbouwwerkers tegenover me zitten.”
Wat vinden oud-deelnemers van de Landelijke Leergang Samenlevingsopbouw?
Laura van den Berg, opbouwwerker bij Eigenwijks in Amsterdam Nieuw-West:
De leergang gaf me de ruimte om even uit het werk te stappen en stil te staan bij wat ik eigenlijk aan het doen ben. Juist daardoor raak je weer geïnspireerd en kijk je met meer aandacht naar je dagelijkse praktijk.
Bette van Lunteren, opbouwwerker bij Movactor in Nieuwegein:
De leergang heeft me laten zien: dit ben ik als professional, hier ligt mijn kracht. Ik heb meer nog meer taal gekregen voor wat ik doe en sta daardoor steviger aan tafel.
“Voor de grote maatschappelijke vraagstukken kunnen we niet om samenlevingsopbouw heen”
Maja Ročak, lector Sociaal Werk Zuyd Hogeschool
Hoe willen we met elkaar samenleven? Voor Maja begint samenlevingsopbouw precies bij die vraag. Want grote opgaven rond wonen, leefbaarheid, klimaat en polarisatie lossen we niet alleen op met beleid of individuele ondersteuning. Daarvoor is samenlevingsopbouw nodig: investeren in relaties, gemeenschapskracht en de zeggenschap van bewoners over hun leefomgeving.
“Er is veel aandacht voor wat mensen van elkaar onderscheidt. Maar er is ook heel veel gezamenlijkheid die ons verbindt.” Juist daar ligt de kracht van samenlevingsopbouw: mensen en groepen met elkaar in verbinding brengen, gedeelde én verschillende belangen en ervoor zorgen dat bewoners daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op hun eigen omgeving.
Dat vraagt om vakmanschap. Opbouwwerkers moeten kunnen zien wat er onder de oppervlakte speelt, belangen verbinden wat er in buurten en wijken gebeurt met bredere maatschappelijke en institutionele ontwikkelingen. Ze brengen daarbij ook signalen en kennis uit buurten terug naar organisaties en beleid. Ze moeten hun professionele afwegingen kunnen duiden en onderbouwen en zichtbaar kunnen maken welke maatschappelijke waarde hun werk heeft. “Als je goed kunt duiden hoe het werkt, kun je ook veel beter laten zien waarom investeren in dit vak nodig is.”
Vakmanschap ontwikkel je bovendien niet alleen. Maja noemt dat collectieve professionaliteit: professionals die kennis en ervaringen delen, samen taal ontwikkelen voor hun vak en elkaar versterken in hun professionele positie. De Leergang Samenlevingsopbouw biedt daarvoor kennis, taal én een netwerk.
Maar ontwikkeling alleen is niet genoeg. Ook werkgevers zijn aan zet. Geef opbouwwerkers tijd voor scholing én de professionele ruimte, het mandaat en de rugdekking om hun vak uit te oefenen: om relaties op te bouwen, samen te werken over organisatiegrenzen heen en vanuit professionele kennis keuzes te maken.
“De professionele moed die we van collega’s in de uitvoering vragen, moeten we ook als organisatie durven tonen.”
Want pas als vakmanschap én de ruimte om dat vak uit te oefenen samenkomen, kan samenlevingsopbouw werkelijk verschil maken.
Meer weten?
- Bekijk de Landelijke Leergang Samenlevingsopbouw en ontdek waar en wanneer je de leergang kunt volgen.
- HAN University of Applied Sciences biedt twee varianten Samenlevingsopbouw aan: Samenwerken aan Sociale Kwaliteit en Theorie van Sociale Kwaliteit.
- Lees meer over de subsidie Strategisch Opleiden in zorg en welzijn.
De Landelijke Leergang Samenlevingsopbouw wordt georganiseerd vanuit de Landelijke Actieagenda de Kracht van Samenlevingsopbouw, een coalitie van Krachtproef, BPSW, Movisie en Sociaal Werk Nederland, in samenwerking met NHL Stenden Hogeschool en het lectoraat Youth Spot van de Hogeschool van Amsterdam. De leergang is vormgegeven door NHL Stenden in samenwerking met de BPSW, beroepsvereniging van professionals in sociaal werk.
